0346 - 555 797

Werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur

Meer ondernemers zetten zaak om in BV

Bijna negenhonderd zelfstandige ondernemers zetten hun bedrijf afgelopen maanden om in een BV. Dat is 21 procent meer dan het jaar ervoor, zo blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd bij de Kamer van Koophandel.


Ondernemers proberen in deze onzekere tijden zo hun vermogen veilig te stellen, en doen dat steeds vaker. Sinds het begin van de coronacrisis is er een stijgende lijn te zien. ‘Overstappen naar een BV is zeker in deze tijden interessant’, zegt Pim van Rijswijk, directeur van VRB Adviesgroep, ‘maar ga er alsjeblieft verstandig mee om.’

De lasten die je bij een BV krijgt

Volgens van Rijswijk is het namelijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. ‘Je bent dan niet ineens van alle risico’s af, zo is het niet. Je moet het goed doen. Je hebt een stortingsplicht en dat wordt soms niet gedaan. Je moet een administratie uitvoeren, een jaarrekening tijdig deponeren. Dat zijn allemaal zaken waar soms iets te lichtvoetig naar wordt gekeken. Dan biedt een BV geen rechtsbescherming.

Ondernemers die van de Belastingdienst uitstel van betaling hebben gekregen, hoeven hun belastingschulden nog niet meteen in één keer af te betalen. Zij mogen wachten tot de regelingen voor maatwerk per sector klaar zijn.

Het bijzonder uitstel van belastingbetaling is één van de maatregelen in het noodpakket van de overheid om ondernemers door de coronacrisis te slepen. Ondernemers kunnen minstens 3 maanden uitstel krijgen voor de rekening van onder meer inkomstenbelasting, loonheffingen, vennootschapsbelasting en BTW. Al ruim 185.000 ondernemers hebben contact met de Belastingdienst opgenomen om dit uitstel te regelen. Het soepele regime geldt in elk geval nog tot 1 oktober.

Plan van aanpak voor terugbetaling belastingschuld
Voor de eerste uitstelvragers is de periode van 3 maanden inmiddels al om. Zij hebben een brief van de Belastingdienst gekregen met daarin ook de mededeling dat het uitstel nog verlengd kan worden. De fiscus meldt nu dat een passage in die brief ‘wat onhandig geformuleerd’ is. Daardoor zou de belastingplichtige kunnen denken dat hij de rekening nu alsnog in één keer moet voldoen. Dat is niet zo. Het kabinet werkt namelijk aan een plan van aanpak voor het terugbetalen van die schulden. Daarbij kijkt het kabinet samen met branchevereniging naar gespreide terugbetaling en maatwerk per sector.
Deze plannen worden deze zomer verder uitgewerkt. Als er meer duidelijkheid is, zal de Belastingdienst ondernemers opnieuw informeren. Tot die tijd hoeven zij hun schulden nog niet terug te betalen. Overigens hoeven ondernemers die uitstel van betaling hebben gekregen ook een opgelegde verzuimboete niet te betalen.

Uitstel van betaling aanvragen via online formulier
Ondernemers die een (naheffings)aanslag hebben ontvangen kunnen 3 maanden uitstel aanvragen. Dat kan schriftelijk of via een online formulier, door in te loggen met DigiD. Ook het verlengen van het uitstel kan via dit formulier. Bij verlenging moeten ondernemers wel verklaren dat zij er alles aan doen om de financiële positie van hun onderneming op peil te houden. Dat betekent bijvoorbeeld geen dividend uitkeren of bonussen betalen aan het bestuur. Bij belastingschulden van meer dan € 20.000 moet bovendien een verklaring zitten van een externe deskundige, zoals een accountant, dat er betalingsproblemen zijn.

Het Nederlandse ‘UBO-register’ kan open. Ook de Eerste Kamer heeft namelijk ingestemd met het wetsvoorstel dat de invoering regelt. Het ligt voor de hand dat het register op 1 september start, maar het kabinet heeft de startdatum nog niet bekendgemaakt.

In het register komen gegevens van de uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’ ofwel UBO’s) van onder meer bv’s en stichtingen. Een UBO is altijd een natuurlijk persoon. Voor een bv geldt bijvoorbeeld dat iemand die meer dan 25% van de aandelen houdt een UBO is.

Deel UBO-gegevens voor iedereen in te zien
Het UBO-register is onderdeel van een Europese richtlijn die witwassen moet aanpakken. Het idee is namelijk dat fraudeurs zich geregeld verschuilen achter een wirwar van bv’s. Door het register moet het voor opsporingsdiensten makkelijker worden om te zien wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt. Al sinds de aankondiging is er veel kritiek op het register, bijvoorbeeld van grootaandeelhouders van familiebedrijven die vrezen voor hun privacy. Ook uit de hoek van goede doelen en kerkgenootschappen klinken zulke geluiden. Zeker omdat iedereen een deel van de gegevens straks – tegen een kleine vergoeding – in kan zien.

Nederland had de Europese richtlijn eigenlijk al op 10 januari 2020 om moeten zetten in een werkend register. Maar de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft nog wat tijd in beslag genomen. Op dinsdag 23 juni heeft de Senaat ook ingestemd met het wetsvoorstel dat de invoering regelt. Daarmee kan het register dus van start. Gelet op welke ingangsdata de overheid vaak hanteert zou het register op 1 juli of op 1 september open kunnen. Omdat de tijd tot 1 juli vrij kort is, ligt 1 september meer voor de hand. Het kabinet heeft hier echter nog geen mededelingen over gedaan.

Nieuwe inschrijver moet direct UBO opgeven
Ondernemingen en organisaties zijn er zelf verantwoordelijk voor om een UBO in te schrijven in het register. En ook dat de gegevens blijven kloppen. Ondernemingen die al in het Handelsregister staan, hebben vanaf de start van het UBO-register 18 maanden de tijd om de UBO te melden. Maar nieuwe inschrijvers moeten al direct een UBO opgeven. Minister Hoekstra van Financiën heeft eerder al aangekondigd dat de Kamer van Koophandel (KvK) met een uitgebreide voorlichtingscampagne komt over het register. De KvK zal alle ondernemingen aanschrijven die verplicht zijn om een UBO in te schrijven. Doen zij dat niet, dan kan dit uiteindelijk leiden tot boetes of zelfs een gevangenisstraf. Meer over de werking van het UBO-register leest u in dit verdiepingsartikel: Het UBO-register in de praktijk.

De meldplicht voor grensoverschrijdende constructies bij de Belastingdienst zou eigenlijk al per 1 juli 2020 moeten ingaan maar vanwege de coronacrisis zal de plicht pas op 1 januari 2021 in werking treden. Een half jaartje uitstel dus!

Het verplicht melden van grensoverschrijdende constructies bij de Belastingdienst is onderdeel van een Europese richtlijn tegen belastingontwijking en gaat gelden voor zogenoemde intermediairs. Dit zijn partijen in de EU die betrokken zijn bij onder meer het ‘bedenken, aanbieden, opzetten of beschikbaar maken voor implementatie’ van een grensoverschrijdende constructie of daarbij ‘hulp, bijstand of advies verstrekken’.
De intermediairs moeten een behoorlijk aantal gegevens oplepelen, zoals data over de betrokken personen of partijen en een samenvatting van wat de constructie inhoudt. De boete voor het niet (tijdig) doen van een melding kan oplopen tot € 830.000.

Melden start op 1 januari 2021
De regel zou vanaf 1 juli 2020 ingaan, maar vanwege de coronacrisis heeft ons land een beroep gedaan op uitstel en dit gekregen, zo gaf staatssecretaris Vijlbrief van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer aan. Het melden van grensoverschrijdende constructies gaat nu vanaf 1 januari 2021 gelden. De periode van terugwerkende kracht blijft wel zoals die was. Dit wil zeggen dat constructies opgezet vanaf 25 juni 2018 gemeld moeten worden.
Als er geen intermediair betrokken is of een intermediair buiten de EU, verschuift de meldingsplicht naar de belastingplichtige zelf.

Het definitieve wetsvoorstel voor die belasting is nu naar buiten gebracht. Verschil met het conceptwetsvoorstel is dat een dubbele belastingheffing nu wordt voorkomen.

Dga’s en andere houders van een aanmerkelijk belang kunnen de belastingheffing in de ogen van het kabinet nu veel te lang uitstellen. Als de bv winst uitkeert als dividend aan de dga betaalt die daar belasting over in box 2 van de inkomstenbelasting. Maar als het geld in de bv blijft is die heffing er niet, en ook niet als de dga het geld uit de bv leent.

Uitzondering voor eigenwoningschuld
De Belastingdienst is veel tijd kwijt met discussies met dga’s over dit soort leningen. Vraag is dan namelijk of het een lening is of toch ‘gewoon’ een winstuitkering aan de dga die belast zou moeten zijn. In het wetsvoorstel trekt het kabinet een vaste grens: schulden boven de € 500.000 zijn ‘excessief’ en zijn automatisch belast als inkomen in box 2.
Aanvankelijk zou het wetsvoorstel in 2022 ingaan, maar dat is onlangs uitgesteld naar 2023. Dat betekent dat de Belastingdienst op 31 december 2023 voor het eerst peilt hoe hoog de schulden zijn. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel (pdf) staat glashelder dat alle schulden meetellen, behalve leningen voor een eigen woning. Het maakt dus verder niet uit of een lening ‘zakelijke voorwaarden’ heeft of dat de dga genoeg geld heeft om de lening terug te betalen of niet. De uitzondering voor ‘eigenwoningschulden’ geldt straks alleen als de bv daarbij een recht van hypotheek op de woning heeft verkregen. Deze eis geldt nog niet voor eigenwoningschulden die op 31 december 2021 al zijn aangegaan.

Ook schulden van de partner tellen mee
De schulden zijn niet alleen leningen van de aanmerkelijkbelanghouder zelf, maar ook van diens partner. En ook nog aan grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen van de aanmerkelijkbelanghouder.
Eerder was er veel kritiek op de dubbele heffing in het conceptwetsvoorstel. Zo zou een bv die dividend uitkeert om de schuld af te lossen twee keer moeten afrekenen met de Belastingdienst. Daar heeft het kabinet een oplossing op gevonden. Die komt erop neer dat dga’s die hun schuld terugbrengen in een later jaar eenmalig een fictief verlies mogen verrekenen met hun inkomen uit aanmerkelijk belang.

Het kabinet wilde bij het verlengen van de NOW de ‘ontslagboete’ schrappen, maar is hier toch op teruggekomen. Ook onder de NOW 2.0 kunnen organisaties financieel benadeeld worden als zij overgaan tot ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Vorige week presenteerde het kabinet een 2e pakket aan noodmaatregelen om organisaties en werkenden te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Deze week zijn er alweer enkele wijzigingen in dit pakket aangebracht. Zo is besloten dat de periode van de 2e steunronde geen 3 maar 4 maanden zal duren, tot 1 oktober 2020. Op aandringen van de oppositiepartijen en in overleg met de sociale partners is ook afgesproken dat er een extra bepaling in de NOW 2.0 komt om misbruik bij bedrijfseconomisch ontslag tegen te gaan.

Bij collectief ontslag mogelijk subsidieverlaging met 5%
Als een organisatie een tegemoetkoming in de loonkosten op basis van de NOW ontvangt en een ontslagaanvraag indient voor minimaal 20 werknemers (collectief ontslag), kort UWV bij de subsidievaststelling het totale subsidiebedrag met 5%. Een werkgever die echter tot een akkoord weet te komen met belanghebbende vakbonden over de ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen, ontkomt aan de korting van 5%. Ontbreken deze vakbonden, dan kan de werkgever een akkoord proberen te sluiten met een andere werknemersvertegenwoordiging. Eventueel kan mediation via een bij de Stichting van de Arbeid in te richten commissie nog een uitweg zijn.

Verlaging tegemoetkoming met loon ontslagen personeel
Bij bedrijfseconomisch ontslag (artikel) dat niet als collectief ontslag is aan te merken, volgt geen verlaging van het totale subsidiebedrag met 5%. Wel trekt UWV ook in dit geval via een formule het volledige loon (100%) van de ontslagen werknemers af van het subsidiebedrag. Waar de correctie onder de eerste NOW 150% is, wordt deze onder NOW 2.0 dus 100%. Het percentage omzetverlies is – in tegenstelling tot bij de berekening van het subsidiebedrag – bij de correctie niet van invloed, wat er in de praktijk voor kan zorgen dat werkgevers nog steeds een onevenredig deel of zelfs het volledige subsidiebedrag verliezen. Daarnaast is het ontslag zelf – als UWV dit ontslag toestaat – ook niet kosteloos: de werkgever moet bijvoorbeeld aan ontslagen werknemers een transitievergoeding betalen.

Als dga valt u onder de zogenoemde ‘gebruikelijkloonregeling’. De Belastingdienst veronderstelt dat u in beginsel ten minste een bepaald (fictief) loon geniet, ongeacht het loon dat u feitelijk hebt ontvangen. Uw (fictieve) loon wordt dan ten minste gesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:
• 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
• het hoogste loon van de werknemers die bij u in dienst zijn;
• € 46.000.

U mag normaliter slechts in heel bijzondere situaties een lager loon hanteren. Maar tijdens de coronacrisis wordt hierop een uitzondering gemaakt als u veel omzetverlies lijdt. Als uw bedrijfsresultaten (de omzet exclusief btw) door de coronacrisis zijn verslechterd, mag u een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen – evenredig met de omzetdaling.
Let op Als achteraf de impact op uw bedrijfsresultaat blijkt mee te vallen, kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat het gebruikelijk loon niet kan worden verlaagd.

De rechtsbescherming die een B.V. biedt is voor ondernemers altijd al een argument geweest om te kiezen voor de B.V. als rechtsvorm om hun bedrijfsactiviteiten te verrichten. Helemaal tijdens deze coronacrisis lopen de spanningen en risico’s voor bedrijven fors op en kijken veel ondernemers primair naar de bescherming van huis en haard. Bij een BV blijft het privévermogen bij een eventueel faillissement buiten schot en zorgt het oprichten van een B.V. tot een aanzienlijke vermindering van de privéaansprakelijkheid.

Ten aanzien van het verrichten van rechtshandelingen kort vóór een faillissement gelden strenge eisen. Het is al snel mogelijk dat er bepaalde (rechts)handelingen worden verricht, waarbij één of meerdere schuldeisers worden benadeeld. Bepaalde rechtshandelingen die zorgen voor benadeling van crediteuren worden ook wel ‘paulianeuze’ handelingen genoemd. Een dergelijke rechtshandeling kan zonder tussenkomst van een rechter door een curator vernietigd worden, waarbij de rechtshandeling ongedaan gemaakt/teruggedraaid kan worden. Hierbij ligt de bewijslast bij de curator en daarbij is het van belang dat de (gefailleerde) ondernemer wist of behoorde te weten dat het gevolg van de rechtshandeling een benadeling van de schuldeisers zou zijn. De bewijslast voor paulianeuze handelingen ligt bij de curator.

Van Rijswijk, directeur van de VRB Adviesgroep: “Indien vastgesteld wordt dat sprake is van een paulianeuze handeling kan dit diverse vervelende gevolgen hebben, waaronder het moeten terugbetalen van bedragen en/of het terug leveren van goederen aan de faillissementsboedel en/of strafrechtelijke sancties. In dit verband is het van groot belang dat een ondernemer en/of bestuurder erop bedacht dient te zijn dat, indien een faillissement verwacht wordt, door hem of haar niet wordt meegewerkt aan (rechts)handelingen die de crediteuren van de onderneming kunnen benadelen. Te denken valt aan een bedrijfsmiddel dat voor een te lage prijs (aan privé) wordt verkocht, wijziging van huwelijkse voorwaarden en het kwijtschelden van openstaande facturen, alle in het zicht van een faillissement.

Indien men als ondernemer wordt geconfronteerd met risico’s voortvloeiende uit deze Coronacrisis dan zal in beginsel – het vanuit veiligheidsoverwegingen – oprichten van een B.V. niet onder de noemer ‘paulianeus handelen’ vallen en zal de B.V. als rechtspersoon rechtsbescherming bieden in privé tegen zakelijke risico’s als bijvoorbeeld een faillissement. Dit zal natuurlijk anders zijn indien er rechtshandelingen worden uitgevoerd in het zicht van een faillissement en daarbij de crediteuren van het bedrijf worden benadeeld”, aldus Van Rijswijk.

Een groeiend aantal zzp’ers verandert de eenmanszaak in een bv, in de hoop zo privé-vermogen veilig te stellen mocht de zaak failliet gaan. 

Barbara Vollebregt 23 april 2020, 21:14

De Kamer van Koophandel ziet een kleine toename in het aantal ondernemers dat hun eenmanszaak omzet in een besloten vennootschap (bv). “Zzp’ers die het moeilijk hebben, willen met de overstap voorkomen dat ze privé worden meegesleept in de financiële problemen wanneer hun bedrijf failliet gaat”, zegt Pim van Rijswijk, directeur van VRB adviesgroep, dat ondernemers voorziet van fiscaal advies. “Met een besloten vennootschap ben je als bestuurder niet aansprakelijk bij een faillissement, als eenmanszaak ben je dat wel.”

Een slimme truc? Niet echt, zegt de Kamer van Koophandel, die de stijging van het aantal omzettingen ook nuanceert: het komt vaker voor dat het aantal bv’s aan het einde van een kwartaal toeneemt. Een woordvoerder van de KvK: “Ben je als eenmanszaak overeenkomsten aangegaan en moet je daaraan verbonden facturen nog betalen, dan kun je die schulden niet zomaar overdragen aan de bv. Je bent de overeenkomst immers aangegaan als eenmanszaak.”

Oftewel, het veranderen van bedrijfsvorm heeft voor een zzp’er die het nu financieel lastig heeft niet veel zin. Toch snapt Van Rijswijk de ondernemers wel: “Ze willen hun privéleven veiligstellen, maar halsoverkop een bv worden biedt weinig bescherming. Als je nu de overstap naar een bv maakt en in juli failliet gaat, dan prikt een curator daar in deze tijd echt wel doorheen. Dat heet faillissementsmisbruik.”
Kunnen ze de omzet niet tijdelijk iets drukken?

Volgens van Rijswijk proberen bedrijven ook op andere manieren het hoofd boven water te houden. “We worden platgebeld door ondernemers die net buiten de steunmaatregelen van de overheid vallen. Ze vragen zich af of ze niet iets kunnen doen om er toch aanspraak op te maken, of ze niet een beetje kunnen sjoemelen met de boekhouding”, aldus de directeur. “Er zijn heel wat ondernemers die wel omzetverlies hebben, maar net niet genoeg verlies verwachten om in aanmerking te komen voor de loonkostenvergoeding. Een aanzienlijk aantal ondernemers vraagt of ze de omzet niet tijdelijk iets kunnen drukken, zodat ze toch overheidshulp krijgen.”

Voor de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (Now) moet een ondernemer aantonen dat die in drie maanden van dit jaar minimaal een omzetdaling van 20 procent had, vergeleken met de gemiddelde omzet in 2019. Van Rijswijk: “Bedrijven proberen aan die 20 procent te komen door wel diensten te leveren, maar pas later te factureren. Ook kunnen ze uitstel van betaling verlenen aan klanten, zodat het geld dat ze normaal binnenkrijgen, nu buiten die drie maanden valt.”

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland vragen ondernemers integer om te gaan met de regelingen die het kabinet aan noodlijdende ondernemers biedt. “Haal geen kunstgrepen uit”, zegt een woordvoerder namens beide organisaties. “Wat je er op de korte termijn misschien mee wint, moet je straks terugbetalen”, aldus de woordvoerder. De werkgeversorganisaties zien zelf niet dat er op dit moment wordt gesjoemeld door ondernemers.

De Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is een tijdelijke regeling voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, die financieel in de problemen komen door de coronacrisis, waarbij de woonplaats van de ondernemer in Nederland is gelegen.

Op basis van deze tijdelijke regeling biedt de gemeente u voor maximaal drie maanden inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de samenstelling van uw huishouden en uw inkomen. De inkomensondersteuning is een gift en daarnaast geldt ook geen vermogens- en partnertoets. Daarnaast houdt de regeling in dat er een lening voor bedrijfskapitaal aangevraagd kan worden van maximaal € 10.517,-. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. De rente op deze lening bedraagt 2%, waarbij de maximale looptijd 3 jaar bedraagt en er tot januari 2021 niet afgelost hoeft te worden op de lening.

De regeling werkt terug tot 1 maart 2020. Indien vanwege de gevolgen van het coronavirus vanaf 1 maart 2020 sprake is van financiële problemen is het mogelijk de aanvraag voor deze regeling bij de woongemeente in te dienen.

De regeling is bedoeld voor zelfstandig ondernemers/gevestigde zelfstandigen van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die:

  • woonachtig en rechtmatig verblijvend zijn in Nederland;
  • Nederlander of daarmee gelijkgesteld zijn;
  • het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen in Nederland;
  • voldoen aan wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf, waaronder ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
  • vóór 17 maart 2020, 18.45 uur zijn gestart met de onderneming en voldoen aan het urencriterium, d.w.z. minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Voor bedrijven die minder dan een jaar geleden zijn gestart geldt een gemiddelde van minimaal 24 uur per week;
  • woonachtig zijn in de gemeente, waar aanvullende inkomensondersteuning wordt aangevraagd;
  • als gevolg van de coronacrisis een inkomen onder het sociaal minimum hebben.

Op 27 maart 2020 is bekend geworden dat de Tozo onder voorwaarden ook van toepassing is op directeur-grootaandeelhouders (DGA’s). In de Kamerbrief van 27 maart 2020 met het onderwerp ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ is hierover het volgende opgenomen: “Ook een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een besloten vennootschap kan in principe een beroep doen op de tijdelijke regeling, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de DGA naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn/haar B.V. nu geen salaris kan uitbetalen.”v

© 2020 VRB Adviesgroep | All rights reserved | Next Lead