Op werkdagen bereikbaar
tussen 08:00 en 20:00 uur

0346 - 555 797

Einde eenmanszaak inzicht door verplichte AOV-verzekering voor ZZP’ers

Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) kunnen hun eenmanszaak of VOF binnenkort wel uitschrijven bij de Kamer van Koophandel en overgaan tot het oprichten van een BV, zoals nu blijkt na het recentelijk gesloten pensioenakkoord. ZZP’er blijven is vanwege de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV-verzekering), die deel uitmaakt van dit akkoord, ineens een stuk minder aantrekkelijk geworden.

Directeur Pim van Rijswijk van de VRB Adviesgroep heeft geen goed woord over voor deze verplichte AOV-verzekering voor ZZP’ers. ,,Het is een loei dure verzekering, met name voor de mensen die het meeste risico lopen en vaak het minst verdienen: in de regel de beoefenaren van zware beroepen. Feitelijk introduceert de overheid hiermee voor alle ZZP’ers een verkapte belasting”, aldus Van Rijswijk.

,,Maar helaas lijkt dit een realiteit waarmee we moeten leven. En dan wordt het als ZZP’er werken vanuit een eenmanszaak of VOF wel een hele dure aangelegenheid en is de oprichting van een BV een goede manier om te ontkomen aan deze verplichte AOV-verzekering. Met een BV is de ondernemer namelijk in dienst en dus werknemer van zijn eigen BV. Hierdoor is men dus per definitie al geen ZZP’er (zelfstandige zónder personeel) meer en geldt er dus ook geen verplichting meer om zo’n dure AOV-verzekering af te sluiten.”

Volgens Pim van Rijswijk zet een aantal ZZP’ers nu nog niet de stap om vanuit een BV te gaan werken omdat ze dan de fiscale voordelen van de eenmanszaak mislopen. Dit terwijl ze vanuit risicoperspectief wel graag vanuit een BV zouden willen werken. Zo heeft de ZZP’er met een eenmanszaak zevenduizend euro zelfstandigenaftrek en is de eerste 14 procent van de winst vrijgesteld van belasting. Daar staat echter met een eenmanszaak wel een hogere kwetsbaarheid tegenover. Binnen de BV als rechtspersoon is de ondernemer namelijk beschermd voor de gevolgen van een faillissement, terwijl de eigenaar van de eenmanszaak hoofdelijk verantwoordelijk wordt gesteld bij een bankroet.

Bij een winst van rond de 100.000 euro per jaar bedraagt het fiscale voordeel van een eenmanszaak volgens Van Rijkswijk tussen de vijf en tien mille per jaar. Een gemiddelde (verplichte) AOV-verzekering voor ZZP’ers kost rond de zevenduizend euro per jaar. ,,Per saldo biedt de eenmanszaak dan geen enkel voordeel meer ten opzichte van de BV en heb je met een BV wel een stuk extra bescherming. Alles is maatwerk en iedere situatie is natuurlijk anders, maar mij lijkt de BV dan een goede keuze wanneer je weet hoe een faillissement in de papieren kan lopen.”

Een groeiend aantal ondernemers denkt er al zo over. De VRB Adviesgroep richt al tientallen BV’s per maand op. De kosten ervan zijn zeer overzichtelijk. De kale start van een BV bedraagt slechts 275 euro. Dat is een kleine investering wanneer je dit vergelijkt met alle kosten en verplichtingen die er nu op de ZZP’ers af dreigt te komen.

Op dv donderdagavond 6 juni aanstaande, organiseert NXXT rijscholen op het hoofdkantoor van de VRB Adviesgroep in Utrecht, een informatieavond met hierbij een uitgebreide presentatie over alle aspecten van NXXT Franchise.

Deze avond is van 19.30 – 22.00 uur en exclusief georganiseerd voor de FIRSTT cursist of mensen die meer willen weten over de NXXT franchiseformule. Deze avond is er ook een docent aanwezig voor inhoudelijke vragen over de opleiding tot rijinstructeur en de directeur van NXXT Jan Catsburg is zelf beschikbaar voor vragen over NXXT Franchise.

Naast de VRB Adviesgroep zijn verder alle samenwerkingspartners aanwezig. Van Mossel neemt een aantal nieuwe lesauto’s mee. Aanmelden kan via christianne@nxxt.nl of kijk op de website www.nxxt.nl.

De Britse LLP ondernemingsvorm lijkt ook op de langere termijn een bijzonder gunstige optie voor vrije beroepsbeoefenaren te zijn. Dat blijkt uit het op 21 februari 2019 gepubliceerde Wetsvoorstel Modernisering Personenvennootschappen.

In deze concept wet blijven vennoten in een Nederlandse personenvennootschap hoofdelijk aansprakelijk tegenover derden. Dit brengt in geval van een faillissement substantiële risico’s met zich mee. De LLP kent het risico van hoofdelijke aansprakelijkheid niet waardoor hij bijzonder populair is.

De VRB Adviesgroep richt inmiddels tientallen LLP’s per maand op. Het bedrijf is hierin marktleider en ziet de vraag alleen maar toenemen. De Wet Modernisering Personenvennootschappen bevindt zich in het consultatiestadium, dat eindigt op 31 mei dit jaar. De LLP vult volgens directeur Pim van Rijswijk van de VRB Adviesgroep een gat in het Nederlandse ondernemersrecht.

,,De LLP heeft geen vergelijkbare alternatieven in Nederland en die komen er afgaande op de tekst van de nieuwe wet ook niet. Daarom gaan wij ervan uit dat de LLP voor de langere termijn concurrerend blijft’’, zegt Van Rijswijk.

De Britse ondernemingsvorm biedt het beste van twee werelden. Binnen deze juridische constructie heeft een zelfstandige voor de fiscus de status van ondernemer, inclusief de bijbehorende fiscale voordelen. Tegelijkertijd biedt de LLP dezelfde rechtsbescherming als een BV. Het risico bij een bankroet blijft dan ook beperkt tot het ingebrachte kapitaal. De constructie is volstrekt legaal en ondervindt geen noemenswaardige gevolgen van een eventuele Brexit.

Vooral voor uitoefenaren van vrije beroepen zoals tandartsen, advocaten en consultants is de LLP uitermate interessant. Dit zijn beroepen waarbij mensen zich traditioneel verenigingen in een maatschap. Het probleem van de maatschap is alleen dat wanneer deze in financiële problemen komt alle deelnemers daar in privé voor opdraaien.

Daarnaast is het oprichten van een LLP goedkoper en eenvoudiger dan van een BV. De ondernemer hoeft bijvoorbeeld niet langs de notaris voor een akte en bespaart daarmee de kosten hiervoor. Net als bij een Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) en maatschap moet een LLP wel worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Bij de VRB Adviesgroep is de toekomst van robots die taken overnemen al begonnen. Het bedrijf biedt met Robotic Accounting een nieuwe, voor ondernemers bijzonder interessante vorm van geautomatiseerd boekhouden aan. Die resulteert in kostenverlaging, minder administratieve rompslomp en sneller inzicht in financiële kerngegevens.

Robotic Accounting is volgens directeur Pim van Rijswijk niks minder dan een revolutie in boekhouden en accountancy. Nu nog moeten ondernemers zelf vaak veel tijd steken in hun administratie. Vervolgens verzorgt de accountant de boekhouding, stelt hij de jaarrekening op en doet de belastingaangifte. Tot slot informeert en adviseert hij zijn klant.

De accountant 2.0 kan veel meer tijd in die laatste zo belangrijke rol steken omdat de eerdere stadia worden geautomatiseerd. De VRB Adviesgroep stelt ondernemers in staat dit te doen met B.A.A.S. De Bedrijfsadministratie AutomatiseringsScan. Hiermee bekijkt de VRB Adviesgroep in hoeverre de administratie al is geautomatiseerd. Op basis van de scan wordt een rapport uitgebracht en wordt geadviseerd hoe er eventueel verder kan worden gerobotiseerd.

Wanneer de administratie conform de protocollen van de VRB Adviesgroep draait, wordt de boekhouding gratis bijgehouden omdat een robot deze werkzaamheden verzorgt. Op basis van deze geautomatiseerde boekhouding kan de VRB Adviesgroep de jaarrekening en belastingaangifte sneller opstellen dan nu het geval is. Wat resulteert in het veel eerder beschikbaar zijn van de jaarcijfers. Ieder kwartaal kan de cliënt op het VRB-dashboard precies zien hoe zijn onderneming ervoor staat.

,,Omdat er eerder in het proces zoveel tijd wordt bespaard, hebben onze adviseurs veel meer tijd om de klant te adviseren over fiscale ontwikkelingen en zijn individuele situatie. Ondernemers vinden het heel belangrijk om regelmatig contact te hebben met hun accountant”, zegt Pim van Rijswijk.

,,De VRB Adviesgroep is aangesloten bij het Register Belastingadviseurs (RB) en de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) dus we lopen voorop wat betreft kennis. De cliënt kan ook deelnemen aan kosteloze ‘MKB informatiebijeenkomsten’ waar hij met al zijn vragen welkom is. Daarnaast verstrekken we regelmatig kosteloze en persoonlijke adviezen. Dankzij Robotic Accounting kunnen we die nog scherper op onze individuele cliënten toesnijden.”

De VRB Adviesgroep beheert tot op de dag van vandaag nog steeds vele stamrecht BV’s, en weet dan ook als geen ander welke mogelijkheden u heeft met een dergelijke stamrecht BV.

Op vrijdagmiddag 19 april jl. heeft VRB de zeer informatieve en waardevolle informatiebijeenkomst over de mogelijkheden met uw stamrecht BV georganiseerd en dit was een daverend succes. Dat is dan ook de reden dat VRB deze informatiebijeenkomst nog een keer organiseert en wel op vrijdagmiddag 24 mei.

Tijdens deze informatiebijeenkomst van ca. 2 uur wordt u uitgebreid geïnformeerd over:
– hoe kunt u rendement maken met het geld in uw stamrecht BV;
– wat zijn de gevolgen bij het verdampen van een (zakelijke) investering;
– wanneer moet uw stamrecht BV uiterlijk starten met uitkeren;
– wat gebeurt er bij uw overlijden met uw stamrecht BV
– hoe dient u om te gaan met een (te hoge) rekening-courant
– welke kosten kunt u opvoeren / aftrekken in uw stamrecht BV
– wat zijn voor een stamrecht BV de jaarlijkse werkzaamheden en kosten
– hoe kunt u de stamrecht BV beëindigen / liquideren?

Deze bijeenkomst op vrijdagmiddag 24 mei duurt van 14.00 tot 16.00 uur en vindt plaats op het kantoor van VRB aan de Computerweg 2 in Utrecht.

Bestel nu snel uw ticket via: 

Ticket: Informatiebijeenkomst: ‘De mogelijkheden met uw stamrecht BV’

 

De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat eenmanszaken volgend jaar een extra BTW-nummer zonder burgerservicenummer (BSN) erin krijgen. Hiermee lost hij het privacyprobleem rondom dit nummer op.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaf in juli van dit jaar aan dat de Belastingdienst de privacywet overtreedt omdat hij het BSN gebruikt in het BTW-nummer van ondernemers die  een eenmanszaak hebben. De AP gaf de fiscus tot 1 januari 2019 de tijd om te stoppen met het gebruik van dit nummer. Eind augustus kwam er een reactie maar hierin werd slechts een mogelijk alternatief systeem geopperd, de conversieservice. Snel gaf toen ook aan dat het niet zou gaan lukken om een nieuwe nummersystematiek voor 1 januari 2019 in werking te laten treden. De inning van BTW zou namelijk in gevaar komen als op korte termijn een verandering van het systeem zou moeten plaatsvinden Begin december bevestigde hij dit wederom. Maar er komt nu dus wel een tussenoplossing.

Nummer gebruiken op facturen en website

Eenmanszaken krijgen eind volgend jaar een nieuw BTW-nummer zonder BSN, dat zij moeten gebruiken voor hun facturen en hun website. Hiermee wordt het risico rond identiteitsfraude verminderd en de privacy versterkt. De eenmanszaken zullen hun eigen administratie en praktijk daar ook per 1 januari 2020 op moeten aanpassen. Ook leveranciers van administratieve software zullen er dan voor moeten zorgen dat hun producten met het nieuwe nummer kunnen werken. Er komt per 1 januari 2020 tevens een verbod op het gebruik van het BTW-nummer met BSN.

Accountants moeten ook over vaardigheden als datascience, datavisualisatie en storytelling beschikken, zegt Jeff Thomson, voorzitter van de wereldwijde branchevereniging van controllers en management-accountants IMA.

Opleidingen tot accountant sluiten onvoldoende aan op de praktijk. Terwijl de opkomst van kunstmatige intelligentie het vak van accountant ingrijpend kan veranderen, bereiden slechts weinig opleidingen hun studenten voor op een carrière waarin automatisering een grote rol gaat spelen; ze houden te zeer vast aan traditionele werkzaamheden.
Daarvoor waarschuwen twee experts uit de sector. ‘De traditionele accountant en de manier waarop hij of zij wordt opgeleid, is heel anders dan wat er in de praktijk nodig is’, zegt Jeff Thomson, voorzitter van de wereldwijde branchevereniging van controllers en management-accountants IMA, in een gesprek met het FD.
ICT-systeem vervangt de vakman

Ook Hans Verkruijsse, afzwaaiend hoogleraar Bestuurlijke Informatievoorziening van Tilburg University, maakt zich zorgen. Hij vindt dat de Commissie Eindtermen Accountantsopleidingen de exameneisen voor accountants moet moderniseren. ‘In de recentste eisen staat bijvoorbeeld bitter weinig over automatisering. Dat bevreemdt mij. Worden die termen niet aangepast, dan worden er over een paar jaar nog altijd accountants aangeleverd die hun werk doen zoals nu. Nutteloos.’
Het World Economic Forum constateerde in september in het jaarlijkse rapport The Future of Jobs dat boekhouders en accountants het hoogste risico lopen om overbodig te worden door automatisering. ‘Dat geldt ook voor bijvoorbeeld notarissen en advocaten’, zegt Verkruijsse, die in zijn afscheidsrede in Tilburg uitgebreid inging op de manier waarop technologie het vak kan veranderen. ‘Vakmensen die er in het verleden waren om betrouwbaarheid te geven, kun je nu gemakkelijk vervangen door betrouwbare ICT-systemen.’

Hij wijst naar onderzoek waaruit blijkt dat 75% van de handmatige controles bij grote ondernemingen geautomatiseerd kan worden, wat enorm kostenbesparend werkt. Wat is dan de rol van de accountant? ‘Die moet zich gaan richten op de metadata en bepalen of de processen — en dus niet de gegevens — wel goed functioneren.’
Als een accountant relevant wil blijven, zal hij andere vaardigheden moeten hebben. Thomson noemt voorbeelden van expertises die niet eerder bij het beroep hoorden: datascience, datavisualisatie en storytelling. Hij is minder somber dan Verkruijsse: ‘Het hele ecosysteem van de accountancy (opleidingen, bedrijven en beroepsorganisatie, red.) moet zich hierop aanpassen. Maar het goede nieuws is: iedereen heeft het over automatisering.’
Thomson is een voorstander van een sterke nadruk op ICT-vaardigheden binnen de opleidingen: ‘Het vakkenpakket op elk instituut ter wereld zou, naast de traditionele accountantsvaardigheden, ook vakken als datascience moeten behelzen.’

Robotaccountant goed voor mkb
We moeten niet bang zijn voor automatisering, vinden zowel Thomson als Verkruijsse. ‘Processen kunnen zoveel efficiënter worden georganiseerd, dat is vooral voor middelgrote en kleinere bedrijven van belang,’ zegt Thomson. ‘Kunstmatige intelligentie biedt een uitdaging, maar ook een kans.’
Ook Verkruijsse herkent zich niet in het schrikbeeld van de gerobotiseerde accountant. ‘Het voordeel ervan is dat je de menselijke emoties – die toch effect hebben op de kwaliteit van het geleverde werk – uit kan schakelen. Daarnaast kan een robot ‘s avonds gewoon doorwerken, een mens verslapt dan. Natuurlijk zijn er ook een hele hoop dingen die computers nog niet kunnen die een mens wel kan. Maar je hebt veel mensen die zeggen: “Straks gaan robots allerlei dingen met elkaar bekokstoven en kunnen wij ze niet meer volgen.” Daar ben ik niet zo bang voor.’
‘Automatisering heeft altijd bestaan’, zegt Thomson. ‘Het verschil is dat de robots van nu geen domme robots meer zijn, maar kunnen leren en zich kunnen aanpassen. Sommigen vinden dat eng, maar wie zijn degenen die de robots programmeren? Juist, dat zijn wij.’

‘Conservatief volk’
Niet alleen nieuwe accountants zullen zich aan moeten passen, maar ook de huidige generatie. ‘Als we als beroepsgroep onze relevantie en invloed willen behouden, zijn er nieuwe vaardigheden nodig die we onszelf moeten aanleren’, zegt Thomson. Dat zal niet zonder slag of stoot gebeuren, voorspelt Verkruijsse. ‘Accountants zijn een conservatief volk.’
Het gaat verder dan alleen een aanpassing van vaardigheden, maar ook van persoonlijkheid, meent Thomson. ‘Het clichébeeld van de accountant is iemand die saai is, iemand die de hele dag met cijfertjes in de weer is. Iemand die je niet snel uitnodigt voor een feestje. De beroepsgroep moet beter zijn best doen om het verhaal rond de data goed te communiceren.’ Hij hamert op de ontwikkeling van zachte vaardigheden, oftewel ‘soft skills’, zoals communicatie- en onderhandelingstechnieken.  Financieel Dagblad 20 november 2018

Het kabinet heeft vriend en vijand verrast met de aankondiging dat het leningen van meer dan €500.000 van ondernemers bij hun eigen bedrijf gaat belasten alsof het winstuitkeringen zijn. Toch komt de maatregel, die in 2022 moet ingaan, niet uit de lucht vallen. Kopen op kosten van de zaak is populair en een grote ergernis van de fiscus.

Henry Meijer liet in 2015 de alarmbellen afgaan bij de Belastingdienst. De directeur van het onlineadviesplatform MFAS schreef in het Weekblad Fiscaal Recht dat ondernemers leningen bij hun eigen bedrijf belastingvrij konden omzetten in winstuitkeringen. Belangrijkste voorwaarde was dat de leningen uit een jaar stamden waarover de fiscus de definitieve belastingaanslag had vastgesteld. Door leningen om te katten konden dga’s 25% inkomstenbelasting ontlopen, aldus Meijer. Hij beriep zich onder meer op een vonnis van de rechtbank Den Haag uit 2010.

Business Class
Als de Belastingdienst na het artikel in het vakblad nog niet in de hoogste staat van paraatheid verkeerde, gebeurde dat wel na het optreden van Pim van Rijswijk in december 2015 bij Business Class. De directeur van VRB Adviesgroep prees in het televisieprogramma van Harry Mens een adviesbox aan voor het belastingvrij wegstrepen van aandeelhoudersleningen — met een speciale kerstkorting van €500.

De Belastingdienst waarschuwde op 16 februari 2016 op zijn interne beeldkrant voor het ‘wegpoetsen’ van dga-schulden bij de eigen bv. Belastingplichtigen beweerden dat een omgekatte lening eigenlijk nooit een serieuze lening was geweest, of dat al zeker vijf jaar vaststond dat deze nooit zouden worden afgelost. Dat waren volgens Meijer namelijk redenen waarom de ficus geen naheffing kon opleggen. Inspecteurs moesten van de Belastingdienst deze argumentatie gaan bestrijden.

Heel gevaarlijk
In maart van hetzelfde jaar kregen inspecteurs een acht pagina’s tellende memo over hoe zij zich te weer moesten stellen tegen het nieuwe fiscale product. Naast navorderen en bestuurlijke boetes lag de strafrechtelijke weg open, aldus dit memo, omdat dga’s zich met schijnleningen schuldig zouden hebben gemaakt aan valsheid in geschrifte.

De adviesbox van Van Rijswijk vond weinig navolging in de adviespraktijk. Integendeel, belastingadviseurs spraken zich er duidelijk tegen uit. Olaf Leurs van Meijburg & Co schreef dat het hem ‘heel gevaarlijk [leek] om te gaan stellen dat je een x-aantal jaar met opzet onjuiste jaarrekeningen en aangiftes hebt gemaakt’. Edwin Heithuis, hoogleraar fiscale economie en wetenschappelijk adviseur bij BDO Adviseurs, vroeg zich in het FD af of de methode ‘niet in strijd is met de eer en waardigheid van het beroep van belastingadviseur’.

Concrete normen
Het toeval wil dat Meijer deze week een vervolg heeft geschreven op zijn geruchtmakende artikel uit 2015. Hij stelt dat fiscus nu eenvoudiger belasting kan navorderen bij een schijnlening dan destijds, omdat er volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2017 eerder sprake is van een nieuw feit. Maar dit geldt volgens hem niet als de navorderingstermijn van vijf jaar is verlopen.
Meijer herhaalt dat zowel belastingadviseurs als -inspecteurs te gemakkelijk omgaan met aandeelhoudersleningen, zonder lang stil te staan bij de vraag of de dga die wel kan aflossen. Concrete normen voor zulke leningen en controle op de naleving daarvan kunnen volgens hem financiële en fiscale problemen voorkomen. Het kabinet heeft een strikte norm aangekondigd, met een heldere sanctie: belasting betalen vanaf €500.000 schuld.

Directeuren-grootaandeelhouders die geld lenen bij hun eigen bedrijf, moeten belasting gaan betalen voor leningen zodra die boven de €500.000 uitstijgen. De maatregel treft 23.000 dga’s, die samen een schuld hebben van ruim €30 mrd aan hun vennootschappen. Volgens de nieuwe heffing moeten deze dga’s over dit bedrag ongeveer €4,5 mrd inkomstenbelasting betalen. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zijn tegen de maatregel.

De voor mkb-ondernemers ingrijpende maatregel is per ongeluk niet aangekondigd op Prinsjesdag. De brief waarin de minister en de staatssecretaris van Financiën de belasting aankondigen, ontbrak bij de Prinsjesdagstukken. De eenmalige belastingopbrengst die het kabinet in 2019 van de maatregel verwacht, stond wel in de Miljoenennota.

Eenmalige opbrengst
De nieuwe belasting gaat in op 1 januari 2022. Hierdoor hebben dga’s drie jaar de tijd om de schuld bij hun eigen bedrijf af te lossen voor zover die het bedrag van €500.000 overstijgt. Het alternatief is dat zij deze schuld omzetten in een winstuitkering. Dan moeten zij daarover op dit moment 25% belasting betalen in box 2 van de inkomstenbelasting. Het kabinet verwacht dat een groot aantal ondernemers dit volgend jaar zal doen. Het houdt daarom rekening met een eenmalige extra belastingopbrengst van €1,8 mrd.

Volgens VNO-NCW en MKB-Nederland dwingt de maatregel dga’s ertoe vermogen te onttrekken aan hun onderneming. ‘Dat gaat ten koste van de toekomstige investeringskracht van de onderneming en daarmee de groei en werkgelegenheid’, aldus de ondernemersorganisaties in een schriftelijke reactie.

Doorn in het oog
Belastingadviseurs zijn overvallen door de aangekondigde heffing. ‘Het is de meest opvallende maatregel van Prinsjesdag, die verstopt zat in de Miljoenennota’, zegt Arjo van Eijsden van EY. Zijn collega Edwin Visser van PwC zegt verrast te zijn, omdat de fiscus volgens hem al scherp toezicht houdt op de verhouding tussen de schuld die dga’s bij hun eigen bedrijf hebben en de financiële armslag die zij als privépersoon hebben om die af te lossen.

Van Eijsden vindt de maatregel begrijpelijk vanuit het perspectief van de Belastingdienst. ‘Schuld bij de eigen vennootschap is de fiscus een doorn in het oog. Er is enorm veel discussie of het wel echte schulden zijn of dat het eigenlijk winstuitkeringen zijn, omdat ondernemers privé vaak te weinig geld hebben om de leningen af te lossen. De Belastingdienst heeft hierbij een zware bewijslast, dus ik snap dat die ervan af wil.’

Vakantiehuis verkopen
Zowel Van Eijsden als Visser vindt het kabinetsvoorstel rigoureus. De PwC-adviseur wijst erop dat er allerlei rechterlijke uitspraken zijn over de vraag of er sprake is van een lening of een winstuitkering. ‘Het kabinetsplan is grote stappen snel thuis’, aldus Visser.

‘De prangende vraag is of dga’s in staat zijn hun schulden af te lossen, of dat ze in 2022 het haasje zijn’, zegt Van Eijsden. Hij voorziet dat ondernemers vermogen zullen moeten vrijmaken. ‘Het vakantiehuis moet wellicht worden verkocht’, aldus de adviseur. ‘Snel heeft op Prinsjesdag gezegd het midden- en kleinbedrijf tegemoet te willen komen, maar deze maatregel raakt het mkb heel hard.’

Belastingontwijking
Volgens minister Wopke Hoekstra en staatssecretaris Menno Snel past de nieuwe taks bij de aanpak van belastingontwijking en ontlast deze de Belastingdienst. Door te lenen van de eigen vennootschap kunnen houders van een zogeheten aanmerkelijk belang de belasting in box 2 langdurig uitstellen en in sommige situaties zelfs afstellen, schrijven zij aan de Tweede Kamer.

Het is de bedoeling dat er een overgangsregeling komt voor leningen die zijn afgesloten voor de eigen woning. Financiën verwacht dat de maatregel vanaf 2022 €50 mln per jaar oplevert. In totaal leenden de ruim 225.000 houders van een aanmerkelijk belang in 2015 meer dan €51 mrd van hun eigen vennootschappen.

Wegpoetsen van schulden
Intern waarschuwde de Belastingdienst begin 2016 voor het ‘wegpoetsen’ van schulden die dga’s maken bij de rekening-courant van hun bv. Sommige advieskantoren zijn ‘op de commerciële toer gegaan’ en verkopen het belastingvrij wegstrepen van deze schulden als fiscaal product, aldus een memo uit februari van dat jaar.

Financiën gaf de interne stukken over schijnleningen en verkapt dividend vrij nadat een beroep was gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur. Dat gebeurde naar aanleiding van een artikel in het FD over de mogelijkheden om schuld bij de rekening-courant om te zetten in een winstuitkering zonder belasting te hoeven betalen.

Gerechtelijke uitspraak rondom beëindigen fiscaal akkoord Uniforce – DUBV
De rechtbank heeft beslist dat de Belastingdienst gerechtigd is om de vaststellingsovereenkomst (VSO) met Uniforce te beëindigen. Op basis van de uitspraak komen klanten van Uniforce niet meer in aanmerking voor de ‘DUB-BV/VUR’. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:8020&showbutton=true

Hoofdpunten uitspraak/casus
Op basis van de uitspraak van Rechtbank Den Haag (kort geding/voorzieningenrechter) gelden de volgende belangrijke hoofdpunten en conclusies:

1. In 2008 is een vaststellingsovereenkomst (VSO) overeengekomen tussen de Belastingdienst en Uniforce.
2. Uniforce is i.v.m. de Wet DBA al vroegtijdig onderhandelingen met de Belastingdienst gestart, waarbij in oktober 2015 schriftelijk navraag is gedaan bij de Belastingdienst of zij gebruik zou gaan maken van de mogelijkheid om de VSO op te zeggen. De Belastingdienst heeft deze mogelijkheid nadrukkelijk opengehouden.
3. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de systematiek van de VSO niet past binnen de systematiek van de Wet DBA en heeft Uniforce verzocht met een alternatief te komen dat hier wel binnen zou passen. Daarin is Uniforce niet geslaagd.
4. De Belastingdienst heeft bij een aantal Uniforcers een onderzoek ingesteld. Hieruit is gebleken dat de feitelijke gang van zaken in grote mate afwijkt van de kwalificatie van de arbeidsverhouding zoals bepaald door de VSO. Vanwege de VSO en vrijwaringsverklaring zijn in deze geen naheffings- of navorderingsaanslagen door de Belastingdienst opgelegd.
5. Er wordt in de uitspraak ook aangegeven dat andere partijen een soortgelijke VSO hebben willen verkrijgen als die van Uniforce (denk hierbij aan de ZZP BV van de VRB Adviesgroep), waarbij wordt opgemerkt dat het continueren van de overeenkomst met Uniforce zou leiden tot concurrentievervalsing.
6. Als overgangsregeling heeft de Belastingdienst/Staatssecretaris van Financiën een overgangsregeling aangeboden, waarbij nieuwe Uniforcers nog tot 1 juli 2018 kunnen instromen en zodoende onder de VSO van 2008 blijven vallen.
7. Na het uitblijven van een reactie/tegenvoorstel op het aanbod heeft de Belastingdienst de VSO van 2008 op 9 april 2018 beëindigd.
8. Uniforce vordert bij de (voorzieningen)rechter primair dat de Belastingdienst de VSO van 2008 blijft nakomen en stelt dat de opzegging niet rechtsgeldig en onrechtmatig is.
9. Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Belastingdienst op basis van artikel 13 van de VSO bevoegd is om de overeenkomst te beëindigen bij wijzigingen in wet en/of regelgeving. De rechtbank ziet de Wet DBA als zodanige wijziging. Aangezien Uniforce niet heeft gereageerd op het aanbod van de Belastingdienst om tot een overgangsregeling te komen, wordt er van uitgegaan dat de aangeboden regeling redelijk is.
10. De rechtbank heeft nog opgemerkt dat het niet uitmaakt dat de Wet DBA niet wordt gehandhaafd en – naar verwachting – in 2020 wordt vervangen door een andere regeling. Feit is namelijk dat de Wet DBA thans geldend recht is en – nog belangrijker – dat als gevolg van de invoering van die wet de verklaring arbeidsrelatie (VAR) is afgeschaft en in plaats daarvan in de praktijk wordt gewerkt met door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten. De vordering van Uniforce wordt afgewezen.

Kosteloze aanvragen

© 2019 VRB Adviesgroep | All rights reserved | Next Lead