Dga mag gebruikelijk loon verlagen vanwege verliezen bv

Een bv die al jaren in de rode cijfers staat, hoeft een directeur-grootaandeelhouder (dga) niet standaard het gebruikelijk loon te betalen. Dat blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Den Haag, waarin de continuïteit van de bv zwaarder woog dan de salarisnorm.

Een dga moet zichzelf een gebruikelijk loon uitkeren. Dit loon is in de regel:

  • het loon dat gebruikelijk is voor een vergelijkbare functie in loondienst;
  • het loon van de best betaalde werknemer binnen de bv (of een verbonden vennootschap);
  • Het normbedrag zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst (in 2026:is dit € 58.000).

Alleen bij aantoonbare zakelijke redenen mag het loon lager worden vastgesteld en mag een dga onder dat niveau duiken. Dit voorkomt dat dga’s zichzelf voor een habbekrats uitbetalen om belasting uit te stellen. Een goed voorbeeld van zo’n zakelijke reden kan de structureel slechte financiële positie van een bv zijn, zoals het geval was in de onderstaande zaak.

Van aangifte tot hoger beroep

In deze zaak ging het om een bv die handelde in edelmetalen. De dga was de enige aandeelhouder, bestuurder én werknemer. De bv deed eind 2022 aangifte loonheffingen naar een loon van € 48.000 (het normbedrag van dat jaar), maar betaalde dit niet. De inspecteur reageerde met een naheffingsaanslag over dat bedrag, plus een verzuimboete van € 686. Na bezwaar van de dga verminderde de inspecteur het belastbaar loon tot € 25.000 en de boete tot € 118. De rechtbank ging vervolgens nóg een stap verder en stelde het gebruikelijk loon vast op € 7.500, omdat de financiële situatie van de bv dat rechtvaardigde. De inspecteur was het hier niet mee eens en ging tegen die verlaging in hoger beroep.

Gratis VRB e-book: Van E.Z. naar B.V.
Masterclass Plan B-V: Van E.Z. naar B.V.
Neem contact op met de VRB Adviesgroep

© 2025 VRB Adviesgroep | All rights reserved | Next Lead