Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die meer dan € 500.000 van zijn bv heeft geleend, moet ook in 2026 rekening houden met de regeling excessief lenen. Op 31 december wordt opnieuw gekeken hoe hoog de schulden aan de eigen bv zijn. Een deel van de schuld kan daardoor als inkomen in box 2 worden belast.
Heeft een dga in een eerder jaar al box 2-heffing betaald over een deel van de schuld, dan wordt daar bij de volgende toets rekening mee gehouden. De drempel schuift daardoor als het ware mee op. Stel dat een dga eind 2025 € 600.000 van de bv heeft geleend. Over de € 100.000 boven de grens is dan al box 2-heffing betaald. Voor 2026 ligt de effectieve drempel daardoor op € 600.000. Blijft de schuld daar steken, dan volgt niet opnieuw een heffing. Loopt de schuld verder op tot bijvoorbeeld € 650.000, dan is over € 50.000 sprake van een fictief regulier voordeel.
Een dga die verwacht eind 2026 boven de grens van € 500.000 uit te komen, kan de schuld nog verlagen. Als er bijvoorbeeld voldoende middelen in privé beschikbaar zijn, kan daarmee de excessieve schuldpositie worden afgelost. Herfinanciering bij een bank kan ook een oplossing zijn. Verder kan het verkopen van privébezittingen ruimte bieden om af te lossen. Het nadeel hierbij is dat de bv of de externe koper meestal overdrachtsbelasting verschuldigd zal zijn. Daarbij is het goed om niet alleen de focus te leggen op de box 2-heffing zelf. Ook een lening die onder de grens blijft moet zakelijk zijn vormgegeven. De bv moet bijvoorbeeld een zakelijke rente in rekening brengen en de afspraken over de lening moeten daadwerkelijk worden nageleefd.