Een dga moet zichzelf een gebruikelijk loon uitkeren. Dit loon is in de regel:
Alleen bij aantoonbare zakelijke redenen mag het loon lager worden vastgesteld en mag een dga onder dat niveau duiken. Dit voorkomt dat dga’s zichzelf voor een habbekrats uitbetalen om belasting uit te stellen. Een goed voorbeeld van zo’n zakelijke reden kan de structureel slechte financiële positie van een bv zijn, zoals het geval was in de onderstaande zaak.
In deze zaak ging het om een bv die handelde in edelmetalen. De dga was de enige aandeelhouder, bestuurder én werknemer. De bv deed eind 2022 aangifte loonheffingen naar een loon van € 48.000 (het normbedrag van dat jaar), maar betaalde dit niet. De inspecteur reageerde met een naheffingsaanslag over dat bedrag, plus een verzuimboete van € 686. Na bezwaar van de dga verminderde de inspecteur het belastbaar loon tot € 25.000 en de boete tot € 118. De rechtbank ging vervolgens nóg een stap verder en stelde het gebruikelijk loon vast op € 7.500, omdat de financiële situatie van de bv dat rechtvaardigde. De inspecteur was het hier niet mee eens en ging tegen die verlaging in hoger beroep.