0346 - 555 797

Werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur

Herinvesteringsreserve langer ‘houdbaar’ door corona

Herinvesteringsreserve langer ‘houdbaar’ door corona

Ondernemers mogen langer wachten met het opsouperen van hun zogeheten herinvesteringsreserve (HIR). Normaliter moet een onaangeroerde HIR binnen drie jaar vrijvallen in de winst. Maar omdat de coronacrisis een ‘bijzondere omstandigheid’ is, mag de complete herinvestering ook iets langer op zich laten wachten.

De HIR is een fiscale reserve in de vennootschapsbelasting en in de inkomstenbelasting. Ondernemingen die een bedrijfsmiddel zoals een machine met winst verkopen, kunnen die overwaarde in een HIR stoppen. Dat geld moeten zij dan later weer gebruiken om te investeren in een ander bedrijfsmiddel.

Voornemen tot herinvestering

Door de boekwinst in een HIR te stallen stellen ondernemers de belastingrekening over dat bedrag nog even uit. Daar zijn uiteraard voorwaarden aan verbonden. Belangrijkste vereiste is dat de onderneming steeds een voornemen moet hebben om het bedrag te herinvesteren, en dat ook aannemelijk moet maken.
Verder geldt dat het geld van de HIR binnen drie jaar na de vorming moet zijn uitgegeven. Anders moet het bedrag worden opgeteld bij de winst. Dit is alleen anders als voor de herinvestering echt langer de tijd nodig is of als de herinvestering door ‘bijzondere omstandigheden’ is vertraagd. Het kabinet heeft nu expliciet vastgelegd dat de coronacrisis wél een bijzondere omstandigheid is. Dit staat in een nieuwe versie van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis, dat op 30 december 2020 in de Staatscourant is gepubliceerd.

Wel ‘begin van uitvoering’ nodig

De HIR hoeft dus niet direct in de winst te vallen na drie jaar. Dat is een steuntje in de rug voor ondernemers die liever nog even wachten met het volledig spenderen van de HIR. De staatssecretaris van Financiën merkt in het besluit namelijk op dat de overige voorwaarden voor de HIR gewoon blijven gelden. Dit houdt onder meer in dat ondernemers ‘een begin van uitvoering’ hebben gegeven aan bijvoorbeeld het aanschaffen van een vervangende machine. Eerder heeft de staatssecretaris wel al aangegeven dat de Belastingdienst ruimhartig zal omgaan met ondernemers die een beroep doen op de uitzondering.
De update van het besluit legt overigens ook andere zaken vast, zoals het langer onbelast doorlopen van de vaste reiskostenvergoeding en de belastingvrijstelling voor de zogeheten voorraadvergoeding.

© 2020 VRB Adviesgroep | All rights reserved | Next Lead