0346 - 555 797

Werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur

Overheid let op opsplitsing concerns om VPB-voordeel

Het kabinet houdt in de gaten of ondernemingen zich opsplitsen om zo te profiteren van het verschil tussen het hoge en het lage tarief in de vennootschapsbelasting (VPB). Maar het kabinet loopt niet vooruit op het terugdraaien van de hogere winstgrens voor het lage VPB-tarief.

Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën reageert daarmee op vragen uit de Tweede Kamer over de ontwikkeling van het VPB-tarief. Vanaf 2022 is het lage tarief 15% en het hoge 25,8%. Bovendien geldt het lage tarief volgend jaar voor winsten tot € 395.000. Dat is dit jaar nog € 245.000.

Opsplitsing kan fiscaal voordelig zijn

Door het oplopende verschil tussen het hoge en het lage VPB-tarief kan het voor een concern aantrekkelijk zijn om zich op te splitsen. Want het scheelt nogal of een concern maar één keer gebruik kan maken van het opstaptarief of dat meerdere ondernemingen helemaal niet boven de winstgrens van € 395.000 uitkomen. Naast opsplitsen kan ook het verbreken van de fiscale eenheid voor de VPB daarom fiscaal gunstig zijn. De fiscus ziet de ondernemingen in de fiscale eenheid namelijk als één belastingplichtige, waardoor de eenheid dus ook maar één keer kan profiteren van het lage VPB-tarief. Nadeel van het opbreken van de eenheid kan zijn dat de ondernemingen ook niet meer onderling winsten en verliezen mogen verrekenen.

Monitoren of ondernemingen zich opknippen

Het oplopende verschil in de tarieven geeft ondernemingen inderdaad een prikkel om te proberen daar fiscaal van de profiteren, erkent Vijlbrief in zijn antwoorden op Kamervragen. Het kabinet zal daarom de komende tijd ook in de gaten houden op welke schaal ondernemingen zich opknippen om te profiteren van de hogere winstgrens. Die monitoring is ook de opdracht van een motie die de Tweede Kamer eerder heeft aangenomen bij de behandeling van het Belastingplan 2022. Vijlbrief denkt dat de eerste resultaten van deze monitoring in de eerste helft van volgend jaar naar de Kamer gestuurd kunnen worden. Aan de hand van de uitkomsten zal een volgend kabinet dan moeten besluiten of er actie nodig is. Daar loopt Vijlbrief niet op vooruit, en hij kan aan de vragenstellers dus ook niet toezeggen dat de winstgrens bij de volgende begroting weer daalt.

Verplicht kiezen voor fiscale eenheid VPB?

Ook een soort verplichte fiscale eenheid als maatregel tegen belastingontwijking, zoals de vragenstellers voorstellen, ziet Vijlbrief momenteel niet voor zich. In de Kamervragen wordt ook gesuggereerd om er een dwingende keuze van te maken, waardoor de fiscale eenheid niet zomaar verbroken mag worden. Voor beide opties ziet de bewindsman geen ruimte in het huidige stelsel. En de keuze voor hoe een nieuwe groepsregeling in de VPB eruit gaat zien is óók aan een volgend kabinet.
Vijlbrief wijst er wel op dat er ook nadelen zitten aan opsplitsen en dat er niet-fiscale afwegingen mee kunnen spelen. Bijvoorbeeld over het aantrekken van financiering.
Het kabinet houdt niettemin wel rekening met ‘opknip’-effecten, zo bleek eerder al. Voor 2022 is namelijk nog een hogere opbrengst ingeboekt van het verhogen van het VPB-tarief van 25% naar 25,8%. De verwachte opbrengst is vanaf 2023 lager.

© 2022 VRB Adviesgroep | All rights reserved | Next Lead